De rente is een van de vele factoren die uw maximale hypotheek bepalen. Hoe hoger het rentepercentage is dat u moet betalen des te sneller zit u aan het plafond van uw maximale hypotheeklast per jaar.
Om uw maximale hypotheek te berekenen wordt uw bruto inkomen vermenigvuldigt met de zogenaamde woonquote die in uw situatie van toepassing is. De uitkomst is uw maximale bruto hypotheeklast per jaar.
Vervolgens berekent men op basis van de toetsrente welk maximum hypotheekbedrag daarbij hoort. Hoe hoger de rente, hoe lager uw maximale hypotheek; bij een hogere rente zit u eerder aan uw maximale hypotheeklast dan bij een lagere rente.
Uw bruto jaarinkomen is € 30.000. Stel dat bij dit inkomen een woonquote hoort van 30%. Dan is uw maximale bruto hypotheeklast per jaar: € 30.000 x 30% = € 9.000,-.
Bij 6% rente kunt u minder lenen dan bij 4% rente. Met 6% zit u eerder aan uw absolute plafond van € 9.000,- dan met 4%.
Overigens is de hoogte van de woonquote zelf ook afhankelijk van het rentepercentage. Bij een hogere rente hoort een hogere woonquote. Daarnaast is de woonquote afhankelijk van uw inkomen. Bij een hoger inkomen hoort een hogere woonquote.
De toetsrente is de rente waarmee uw maximale hypotheek wordt berekend. Als u kiest voor een rentevaste periode van 10 jaar of langer dan mag de werkelijke rente van uw hypotheek gebruikt worden. Heeft u een rentevaste periode van korter dan 10 jaar, dan moet de rente gehanteerd worden die het Contactorgaan Hypothecair Financiers (CHF) ieder kwartaal vaststelt.
Als u kiest voor een rentevaste periode van korter dan 10 jaar, dan mag de maximale hypoteheek niet berekend worden met de rente die u betaalt. In dat geval moet de rente gehanteerd worden die het CHF ieder kwartaal vaststelt.
De CHF toetsrente voor het 1e kwartaal 2011 is: 5,2%.
Het is niet zo 123 te zeggen wat uw maximale hypotheek is. Er zijn namelijk nog andere factoren die uw maximale hypotheek bepalen.